Abe en het ijs – De schaatscarrière van Abe Lenstra

Tweede kerstdag 1938 was een bijzondere dag. Friesland was in de ban van de Elfstedentocht, die een paar dagen later moest worden afgelast wegens hevige sneeuwval en daarop volgende dooi. Overal werden kortebaanrijderijen gehouden, het volksvermaak nummer één in de provincie. Ook in Wolvega kwamen hardrijders tussen de touwen. Vanuit Heerenveen was een negentienjarige jongen op de fiets gearriveerd. Iedereen in Friesland kende hem: Abe Lenstra, die al vier jaar als linksbinnen van sportclub Heerenveen furore maakte op de voetbalvelden in het noorden van Nederland. Zijn vader had er niet veel vertrouwen in. ‘Dat wird dochs neat!’ had hij tegen zijn beroemde zoon gezegd toen die aankondigde dat hij het ook wel eens op de 160 meterlange ijsbaan wilde proberen. Maar ’s Avonds kwam Abe thuis met vijftien gulden. In de eindrit had hij J.W. de Boer uit Wolvega op zijn eigen ijsbaan verslagen. Voor dat geld moest hij twee weken werken. De schaatscarrière van het fenomeen uit Heerenveen was begonnen en zou tot en met de winter van 1954 duren.

In Abe en het ijs – De schaatscarrière van Abe Lenstra is deze bewogen episode uit het sportleven van het voetbalfenomeen voor het eerst volledig beschreven. Abe Lenstra startte in die zestien jaar vijftig keer. Vergeleken met zijn concurrenten was dat niet veel, maar Abe had natuurlijk ook verplichtingen op het voetbalveld en die kregen vaak voorrang.

Maar in die vijftig hardrijderijen won hij zestien keer, werd hij negen keer tweede, eindigde hij 41 keer in het prijzengeld en startte hij drie keer in het kampioenschap van Nederland. Hij behoorde – zeker in 1942 en 1947 tot de top van de Friese hardrijders op de kortebaan en dus tot de top van Nederland. In totaal verdiende Lenstra ruim 1600 gulden op het ijs. Abe Lenstra klopte alle kampioenen van zijn tijd minstens één keer in een rechtstreeks duel. En daarbij waren de nationale kampioenen Barend van der Veen, Berend Hof, Sjoerd Zeldenthuis, Jan Hoven en Kees van Eikeren. Hij werd ook kampioen van Overijssel.

 

Schrijver Ron Couwenhoven ontdekte dat Lenstra – net als alle kortebaantoppers – mee deed aan het zogenaamde ‘parten’, het verfoeide delen van de prijzengelden. Hij beschrijft ook de moeilijkheden die Abe en veel andere sporters ondervonden toen de SS-er Van Groningen à Stuling als gevolmachtigde van de sport in 1943 een verbod afkondigde voor profsporters om nog langer in amateursport uit te komen en omdat kortebaanrijders om geldprijzen reden dreigde Abe uitgesloten te worden van de voetbalcompetitie. Ook de voornaamste tegenstanders van Abe worden beschreven.

 

Het boek bevat een compleet overzicht van de vijftig wedstrijden, waarin Abe Lenstra van start ging en is geïllustreerd met zwart-wit en kleurenfoto’s. Bij het boek wordt een fraaie replica van een kortebaanrijderij in Badhoevedorp (1947), waarvoor alle kampioenen waren ingeschreven, geleverd op A5-formaat.

 

96 pagina’s, geïllustreerd, hardcover

Boekformaat: 21,5 x 15 cm

Prijs: 18,50 euro

Uitgever: stichting Archief Ron Couwenhoven, Zaandam i.s.m Het Eerste Friese Schaatsmuseum

ISBN/EAN: 978-94-90492-12-0